
"Het is namiddag. Ik kom van school en ben boos. Ik was aan het tekenen in de klas en toen moest ik stoppen van de juf om naar de opvang te gaan. Op de bus waren Seb en Mira ruzie aan het maken en nu is mijn tekening gekreukt. Ik ga in de zetel zitten. Esra, de kinderbegeleider komt naast me zitten. Ze vraagt of ik verdrietig ben. Ik schud van neen en kijk nog bozer. 'Ben je boos?' vraagt Esra. Ik knik. Esra vraagt of ik erover wil vertellen. Ik zwijg. Esra wijst naar mijn tekening. 'Heb jij deze gemaakt?'. Ik knik. Esra vraagt of ze de tekening mag zien. Ik toon haar mijn leeuw. 'Een leeuw' zegt Esra en ze gromt. Dat vind ik grappig. Esra vraagt of ik nog meer dieren kan tekenen. Tuurlijk kan ik dat. Esra wijst naar de tafel. 'Zullen we anders samen tekenen?'. Dat vind ik fijn. Jari komt naast me zitten. 'Mag Jari mee tekenen?' vraagt Esra. Ik aarzel, want ik wil dat Esra bij me blijft. 'Dan tekenen we met ons drietjes' zegt Esra. Dat vind ik een goed idee."
Ik weet wat de signalen van een hoog en laag welbevinden zijn bij kinderen.
Ik weet wat de signalen van een hoge en lage betrokkenheid zijn bij kinderen.
Ik speel in op de signalen van welbevinden en betrokkenheid.
Ik ontvang de signalen van kinderen door te knikken, te spiegelen, te herhalen wat ze zeggen.
Ik heb oog voor non-verbale signalen en geef taal aan deze signalen.
Ik laat de emoties van kinderen toe en benoem ze.
Ik spreek kinderen aan op ooghoogte.
Ik praat met een zachte stem.
Ik laat kinderen keuzes maken.
Ik volg het tempo van het kind.
Ik ben actief en enthousiast aanwezig bij kinderen en ik geniet samen met hen.
Ik leg in elke speelzone genoeg materiaal en zorg dat de kinderen dit zelf kunnen nemen en gebruiken.
Ik creëer kansen voor de kinderen om zelf dingen uit te proberen.
Ik bevorder positieve interacties tussen kinderen.
Ik bied materialen en activiteiten aan op basis van waargenomen behoeftes en interesses van kinderen.
Ik gebruik routines en rituelen.
Ik help kinderen om hun gevoelens te verwoorden.
Ik neem tijd voor een één-op-éénmoment.
Ik maak systematisch tijd om kinderen te observeren.
Ik weet wat er van mij verwacht wordt bij het observeren en registreren van het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen. Ik ken de afspraken hierover en weet wanneer en de frequentie waarmee ik dit moet doen.
Ik gebruik de observaties van welbevinden en betrokkenheid om mijn aanpak, de omgeving en/of activiteiten af te stemmen op de kinderen.
Ik bespreek signalen van welbevinden en betrokkenheid met collega’s en met mijn verantwoordelijke.
Download je resultaat0-8 punten
Je staat nog te weinig stil bij de signalen van welbevinden en betrokkenheid bij de kinderen. Bekijk de vragenlijst nog eens. Elke vraag is een voorbeeld of een tip waarmee je aan de slag kan gaan. Door stil te staan bij de signalen, ze te ontvangen en proberen ze te begrijpen ondersteun je kinderen in hun ontwikkeling. Bespreek samen met je team, je verantwoordelijke of een inspirerende collega hoe je hierin kan groeien. Neem zeker ook de informatie door van het stappenplan ‘Inspelen op signalen van welbevinden en betrokkenheid’. Maak de test opnieuw nadat je de werkpunten hebt aangepakt. Geef jezelf de nodige tijd om hierin te groeien.
9-17 punten
Je bent op de goede weg. Toch kan je nog groeien in het zien van de signalen en door het inspelen op het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen. Denk na over wat je nog kan verbeteren. Je kan de vragenlijst er terug bij nemen. Op welke vragen antwoordde je ‘neen’? Ga hiermee aan de slag. Neem het stappenplan ‘Inspelen op signalen van welbevinden en betrokkenheid’ door en pas je handelen stap voor stap aan.
18-22 punten
Je speelt goed in op de signalen van welbevinden en betrokkenheid bij de kinderen. Je ziet niet alleen de signalen, maar je gaat ermee aan de slag. Hierdoor speel je nog beter in op wat kinderen nodig hebben en bied je hen brede kansen om zich verder te ontwikkelen. Neem het stappenplan ‘Inspelen op signalen van welbevinden en betrokkenheid’ erbij en kijk waarin je nog verder kan groeien.
1. Veiligheid en geborgenheid
Een kind met een hoog welbevinden is vervuld in zijn basisbehoeften. Het voelt zich veilig en geborgen en dat bevordert de ontwikkeling.
2. Optimale ontwikkeling
Een kind dat zich goed voelt en intens betrokken is, is aandachtig en ontwikkelt competenties. Het verlegt de grenzen van zijn kunnen. Het kind groeit en is zichzelf aan het ontwikkelen.
3. Emotieregulatie
Als een kind zich veilig voelt, laat het zijn emoties toe en krijgt het de ruimte om zijn emoties te reguleren.
4. Positieve relaties
Als kinderen zich goed in hun vel voelen staan ze meer open voor contact met anderen en zullen ze meer verbondenheid voelen.
5. Plezier
Als kinderen enthousiast en betrokken zijn bij een activiteit heb je samen meer plezier.
6. Rust in de groep
Als kinderen zich ontspannen voelen en betrokken bezig zijn, is er rust in de groep en zijn er minder conflicten.
7. Aanpak op maat van het kind
Als je de signalen van een kind systematisch observeert, weet je wat het kind zijn noden zijn en kan je hierop gepast reageren.
8. Aanpak op maat van de groep
Als je de signalen van kinderen systematisch observeert, weet je wat de groep nodig heeft en kan je je aanpak hierop afstemmen.
9. Visie
Als de groep een hoog welbevinden en betrokkenheid heeft, bevestigt dit voor je team dat jullie visie naar de kinderen goed zit.
10. Contact met de ouders
Als kinderen zich in de opvang gelukkig voelen en genieten dan zijn de ouders ook tevreden en hebben ze vertrouwen in je aanpak.

• ZiKo - Zelfevaluatie-instrument voor welvinden en betrokkenheid van kinderen in de opvang,
Expertisecentrum Ervaringsgericht Onderwijs KU Leuven, Kind en Gezin/Opgroeien
• Opgroeien in Brussel: MeMosnaQs KDV
• Blink
• Kennispockets: uitgave van VBJK met de steun van agentschap Opgroeien
Andere speeltips die aansluiten bij dit thema
• Speeltip kinderen stimuleren
• Speeltip observeren
• Speeltip emotieregulatie
Met dank aan
Neelke Dewulf, pedagogisch consulent Dienst Kinderopvang Stad Gent



