Zalf maken in de apotheek
Een klein meisje schept met een maatbeker uit een grote plastic bak gevuld met een korrelige substantie.
Aanleiding

Leana heeft zalf bij, die ze nodig heeft voor wat huiduitslag. De kinderen vonden dit boeiend om te zien, er ontstond allerlei fantasiespel over dokters en apothekers.

Dit speelidee sluit daarbij aan: kinderen maken zalf van bloem en babyolie, vullen potjes en spelen apotheker.

Verloop

Zet de water- en zandtafel klaar met bloem, flesjes babyolie, lege potjes en lepels. Leg eventueel een apotheeklabel of nep-doosje klaar om de sfeer te zetten.

Nodig de kinderen uit: 'Kom eens kijken, we gaan vandaag zalf maken voor onze apotheek.'

Laat een kind de olie erbij gieten. Benoem wat je ziet: 'Aymara, zie dat de bloem verandert als de olie erdoor gaat. Wat voel jij?'

Stel open vragen: 'Voor wie is jouw zalf?' Waarvoor helpt die?' Noa beslist dat haar zalf voor kniepijn is en smeert een beetje op haar eigen knie.

Laat elk kind een eigen potje vullen: 'Welk potje kies jij, Thijs?' Wijs kinderen op elkaar: 'Kijk eens hoe Kofi zijn potje vult. Wat doe jij anders?'

Variaties

Voeg na een tijdje grote spuiten, pipetten en trechters toe. Kinderen kunnen de zalf overgieten, mengen en nieuwe recepten uitproberen. Je kan het spel ook uitbreiden naar een volledige apotheek met zelfgemaakte klei-pillen en gekleurde drankjes.

Pedagogische en andere aandachtspunten

Volg het ritme van de kinderen en stuur het resultaat niet. Er is geen foute zalf. Benoem wat je ziet zonder te beoordelen: 'Ik zie dat jij heel veel olie toevoegt — benieuwd hoe dat aanvoelt!' Voor kinderen die nog niet gewend zijn aan dit materiaal: dwing nooit, maar nodig uit met 'Wil jij eens met één vinger voelen?' 

Kondig de overgang naar opruimen op voorhand aan, zodat kinderen hun potje rustig kunnen afsluiten en een plaatsje geven in de apotheek.

Trefwoorden
Imitatie
Ingezonden door Lenie van der Vleuten – 5 augustus 2026.
Evaluatie
1. Wat vonden de kinderen van de speelactiviteit? Waaraan zag je dit?
2. Wat zou je opnieuw/meer doen?
3. Wat zou je anders doen?
4. Welke activiteit sluit hier op aan en kan je hierna doen?