Speeltips
Kies een speeltip
0-6 jaar
Diversiteit
13 / 09 / 2021
Print      Download PDF
Uit de kindermond

Ik stap naar de familiemuur die in de knuffelhoek hangt. Ik wijs naar de foto en zeg ‘papa’. Dat is mijn papa. En dat is moemoe, denk ik. Sophia en Esra komen naast mij zitten. Sophia staat ook op een foto, samen met haar twee papa’s en haar grote hond. Esra heeft een foto met haar mama, papa en grote broer. Emiel staat op een foto in zijn speciale stoel. Hij heeft ook zo’n stoel in de opvang, daardoor kan hij bij ons aan tafel zitten. We kijken samen naar de foto’s en naar elkaar en glimlachen.

Inzetten op diversiteit

De kinderopvang is een plek waar kinderen, ouders en kinderbegeleiders elkaar ontmoeten. De kinderopvang weerspiegelt onze superdiverse samenleving. Als kinderbegeleider speel je een belangrijke rol: je draagt bij tot een positief zelfbeeld van elk kind. Je zorgt ervoor dat kinderen en gezinnen positief met elkaar in contact komen en verschillen waarderen. Ook jonge kinderen merken verschillen op. Hoe jij als begeleider omgaat met verschillen en overeenkomsten heeft dus bijzonder veel invloed op de kinderen. Je toont hen hoe ze zich kunnen inleven in het ‘anders-zijn’ en tegelijk voorbij de verschillen kunnen kijken naar wat hen verbindt.  

Wanneer je inzet op diversiteit, gaat dit niet alleen over andere culturen. Er zijn veel manieren waarop we van elkaar verschillen én met elkaar overeenkomen: cultuur, gezinsvorm, godsdienst, interesses, talenten, geslacht, leeftijd, gestalte, haarkleur, hobby’s, brildrager of niet, …

Zet jouw opvang voldoende in op diversiteit?
Doe de test
Voor elke vraag waar je "ja" op antwoordt, krijg je 1 punt. Tel je punten op en lees hieronder het resultaat.
 
1

Ik zorg dat ieder kind en elk gezin zich welkom voelt in de opvang. Ik maak dit zichtbaar door het bijvoorbeeld expliciet te vermelden in de infobrochure of op de website, door een welkomstmuur in verschillende talen, door foto’s te gebruiken waarop diversiteit zichtbaar is, door rekening te houden in briefwisseling of e-mails met verschillende gezinsvormen, door er aandacht aan te besteden in het kennismakingsgesprek met nieuwe ouders.

2

Ik zorg ervoor dat ieder kind en elke ouder er echt bij hoort. Ik begroet iedereen, ik spreekt hen aan bij naam, ik maak tijd voor gesprekjes, ik geef individuele aandacht aan kinderen, ik vraagt hoe het gaat, ik betrek kinderen en ouders en vraag actief naar hun kijk op de dingen.

3

Ik voorzie voldoende tijd voor wenmomenten en geef ze vorm vanuit kinderen en ouders. Wat hebben zij nodig om zich op hun gemak te voelen? Ouders kunnen samen met hun kind te komen wennen. Ouders zijn welkom in de opvang (ruimtes) en kunnen zo hun opvoedingsgewoontes tonen en doorgeven. Je zorgt ervoor dat zij kunnen vertellen wat hen bezighoudt en hoe zij naar hun kind kijken. Je geeft dus niet alleen informatie over hoe jullie werken in de opvang.

4

Ik zet actief in op de dagelijkse gesprekken met ouders en zoek actief de betrokkenheid van ouders. Ik vraag bijvoorbeeld naar talenten en hobby’s en nodig hen uit om die ook in de opvang in te zetten.

5

Ik erken en waardeer het perspectief van kinderen, ouders en collega’s, ook als dat verschillend is van het mijne. Ik ben er mij bewust van dat waarden en normen verschillen. Ik heb interesse in de kijk van anderen. Ik ben mij bewust van mijn eigen achtergrond, referentiekader, waarden en normen. Ik herken vooroordelen bij mezelf en praat erover met anderen. Ik oordeel niet te snel, maar bespreek de verschillen die ik opmerk en knoopt een open gesprek aan waarbij ik niet uitga van mijn eigen gelijk.

6

Ik weet dat ouders veel kennis en informatie hebben over hun kind. Ik heb interesse in hun opvoedingsgewoontes en respecteer deze. Wat doet het kind graag? Waar houdt het niet van? Ik luister hiernaar met een open houding en zonder te oordelen. Ik houd hier zoveel als mogelijk rekening mee in de dagelijkse werking van de opvang. Ik stel mezelf dus de vraag: ‘wat kan ik van ouders leren?’.

7

Ik denk na over mogelijke drempels die ouders kunnen ervaren om toegang te hebben tot de opvang of om zich welkom te voelen. Is je communicatie voor alle ouders even begrijpbaar? Zijn de afspraken voor alle ouders haalbaar? Denk hierbij aan schriftelijke informatie of de vraag om luiers aan te vullen tegen de volgende morgen of kinderen niet te brengen en halen tussen bepaalde uren.

8

Elk kind en ieder gezin uit je opvang mag trots zijn op zichzelf en op zijn (thuis)omgeving. Ik breng verschillen op een positieve manier onder de aandacht. Ik zorg er bijvoorbeeld voor dat elk kind iets van zichzelf en zijn thuisomgeving herkent, ik gebruik bijvoorbeeld enkele troostwoorden in de thuistaal van een kind.

9

Ik reageer op stereotype of discriminerende reacties van andere kinderen en volwassenen.

10

Ik let op voor (onbewuste) veralgemeningen en stereotypen. Ik vermijd uitspraken als ‘niet huilen, je bent toch een flinke jongen’, ‘we hebben nog geen autohoek voor de jongens’, ‘ouders van kinderen met specifieke zorgbehoefte zijn vaak overbezorgd’, ‘ouders met een drukke job maken geen tijd voor een praatje met ons’.

11

Wanneer kinderen verschillen tussen elkaar opmerken (zoals bv: interesses, taal, huidskleur, haar, geslacht, specifieke zorgbehoefte) bespreek ik deze maar ik zoek ook naar overeenkomsten. 'Ja, Mae spreekt Chinees en jij Nederlands. Maar jullie houden allebei van muziek en dansen'. 

12

Ik organiseer regelmatig activiteiten waarbij ik aandacht heb voor diverstiteit. In gesprekken met ouders praat ik over deze activiteiten of ik nodig hen uit om mee te doen.

  • Ik heb bijvoorbeeld gesprekjes over de foto’s aan de familiemuur
  • Ik kijk samen naar foto’s van de groep
  • Ik lees voor uit boekjes over diversiteit
  • Ik benoem de lichaamsdelen
  • Ik laat kinderen zelfportretten maken
  • Ik nodig ouders uit om samen te komen zingen in verschillende talen
  • Ik dans of luister naar muziek waar de kinderen thuis ook naar luisteren
13

Ik zorg voor diversiteit in de boekenkast. Zo zijn er boeken waarbij een meisje bijvoorbeeld ridder is, een kind twee papa’s heeft, kinderen in een rolstoel of personages met een hoofddoek in voorkomen, boeken in verschillende talen. Iedereen vindt aspecten van zijn identiteit terug in het aanbod, vrij van stereotypen. Ik betrek ouders betrekken bij het uitbreiden van mijn collectie of leen de boeken uit om thuis verder in te kijken.

14

In de inrichting van de ruimte en de aanwezige spelmateralen probeer ik zoveel mogelijk elementen uit de leefwereld van de kinderen te verwerken. In de fantasiehoek zijn er bijvoorbeeld een tajine, eetstokjes of lege verpakkingen van etenswaren uit de Chinese supermarkt terug te vinden. In de poppenhoek zijn er zowel jongens als meisjes poppen.

15

Ik kijk naar wie in mijn opvang aanwezig is en speel hier op in tijdens mijn activiteiten, aanbod en werking. Ik ga niet uit van veronderstellingen. In plaats van bv. zelf een multicultureel menu samen te stellen, vraag ik bijvoorbeeld aan ouders wat er thuis op het menu staat. In plaats van te luisteren naar liedjes uit verschillende landen, vraag ik aan ouders naar welke muziek ze thuis vaak luisteren.

16

Ik ben als opvanglocatie zichtbaar in de buurt. Ik ga op stap in de buurt, ga samen met ouders wandelen, speel in het park in de buurt, koopt een brood bij de plaatselijke bakker. Dat kan drempelverlagend werken voor gezinnen. Tegelijk benut ik de buurt als een leer- en speelomgeving voor de kinderen.

17

Ik weet welke feesten ouders thuis vieren en ga hier bewust mee om in de opvang. Bijvoorbeeld in het intakegesprek en de dagelijkse gesprekken heb ik hier aandacht voor.

Resultaat: punten

0-6 punten
In de werking is er nog onvoldoende aandacht voor het bewust en respectvol omgaan met diversiteit? Lees zeker de voordelen om in te zetten op diversiteit. Ga snuisteren in de bronnenlijst en wissel uit met collega’s. Keer terug naar de vragenlijst: elke vraag is een voorbeeld of tip over hoe je bewuster kan inzetten op diversiteit. Bekijk samen met je collega’s wat je kan uitproberen. Doorloop het 10 stappenplan. Denk vooral goed na over jullie basishouding in interacties met kinderen en gezinnen.

7-12 punten
Inzetten op diversiteit is al belangrijk in je werking. Er is bewustzijn over het belang ervan en je slaagt erin dit om te zetten naar concrete acties in de praktijk. Hierdoor voelen kinderen en gezinnen dat ze er mogen zijn zoals ze zijn. Er is hier en daar nog ruimte voor groei. Ga met je collega’s na in welke situaties je meer of minder rekening houdt met de aanwezige diversiteit. Wanneer vinden jullie het moeilijk? Wat zou dan kunnen helpen? Doorloop nog eens de vragenlijst: op welke items scoor je minder? Ga aan de slag met het stappenplan en probeer de tips uit de vragenlijst uit. De tips en voorbeelden uit de vragenlijst zullen je helpen te groeien op dit thema.

13-17 punten
Sterk bezig! Een respectvolle omgang met diversiteit is duidelijk iets waar jullie belang aan hechten en al veel op inzetten, zowel ten aanzien van kinderen als ten aanzien van de gezinnen. De vragen waar je “neen” op antwoorden, kunnen je helpen om nog een stapje verder te gaan. Raadpleeg ook zeker enkele bronnen uit de bronnenlijst voor extra inspiratie en/of doorloop met je collega’s het 10 stappenplan. Zo hou je de bewuste aandacht voor dit thema in de werking zeker levendig. Heb je bijvoorbeeld al nagedacht over mogelijke drempels die gezinnen kunnen ervaren in de dagelijkse werking?

10 redenen om in te zetten op diversiteit

1. Kinderopvang is een afspiegeling van de samenleving. Voor veel kinderen is kinderopvang een belangrijke stap, een overgangsruimte van het gezinsleven naar het gemeenschapsleven. In de kinderopvang ervaren kinderen hoe de samenleving naar hen kijkt en hoe er wordt omgegaan met verschillen. Inzetten op diversiteit is kinderen voorbereiden op het leven in de samenleving.

2. Wanneer je oog hebt voor diversiteit in de opvang en met dit thema aan het werk gaat, dan zorg je ervoor dat elk kind zich gehoord, gezien en aanvaard voelt. Zo help je kinderen bij het opbouwen van een positief zelfbeeld: ‘ik mag er zijn zoals ik ben en de groepen waartoe ik behoor ook (mijn familie, mijn cultuur …)’. Een positief zelfbeeld is een belangrijke sleutel in de ontwikkeling en het welbevinden van elk kind.

3. Kinderopvang is voor kinderen een sociale experimenteerruimte, kinderen doen er ervaring op met sociale vaardigheden. Een kinderopvang met respect voor diversiteit betekent dus ook dat we kinderen leren omgaan met anderen. Ze leren dat er verschillen zijn en dat die ok zijn. Ze ontdekken ook gelijkenissen met anderen en voelen verbondenheid. De kinderopvang is een plek waar we op een respectvolle manier met elkaar omgaan en kunnen leren van elkaar.

4. Je zet in op verbondenheid met elkaar. Door aandacht te hebben voor misvattingen over anderen, stereotypen en vooroordelen in de groep en voor hoe mensen daardoor gekwetst kunnen worden steven we samen naar een wereld van gelijkwaardigheid en respect voor diversiteit.

5. Kinderopvang heeft naast een pedagogische en economische functie, ook een sociale functie. Het is de opdracht van kinderopvang om te werken aan de toegankelijkheid voor elk gezin, ook gezinnen in kwetsbare situaties. De meerwaarde van kinderopvang moet bereikbaar kunnen zijn voor iedereen.

6. Net zoals de kinderen, willen ook ouders zich goed en welkom voelen in de opvang. Contacten met andere ouders en de begeleiders in de kinderopvang zijn vaak een belangrijke bron van informatie en sociale steun. Die ontmoetingen kunnen een basis vormen voor meer duurzame contacten en verbreding van het netwerk van gezinnen.

7. Hoe klein de interacties tussen gezinnen en tussen gezinnen en medewerkers in de kinderopvang soms ook lijken, hun betekenis is niet te onderschatten. Het is een bouwsteen voor een sterke samenleving. Je bouwt mee aan sociale cohesie in de buurt.

8. Kinderen voelen zich sneller thuis op een plek als ook hun gezin er echt welkom is. Ouders hebben meer vertrouwen in de werking van de voorziening als ze respect ervaren voor de verschillende aspecten van hun identiteit en hun gewoontes en opvattingen.

9. Een kinderopvang waar bewust wordt omgegaan met diversiteit en verbondenheid is een fijne plek om te werken. Het is een plek waar medewerkers ervaren dat ze gewaardeerd worden, waar een cultuur van openheid heerst. Je kan maximaal kan groeien en er zijn volop kansen om je blik te verruimen.

10. Bewust en respectvol omgaan met diversiteit is een verrijking voor de leefomgeving en het levenslange groeien van eenieder: kinderen, gezinnen en medewerkers. Het helpt je om met brede en open blik naar de wereld en elkaar te kijken, om nieuwe dingen te leren kennen, je bewust te worden van je zelf en wat je belangrijk vindt, te leren van elkaar, flexibel om te gaan met verandering en verschil.

Wil je inzetten op meer diversiteit in je opvang?
Met deze 10 stappen kan je meteen aan de slag!

Download (PDF)

SPEELACTIVITEITEN

Klik hier voor speelactiviteiten rond diversiteit.

BRONNEN EN MEER INSPIRATIE

  • Boudry, C. (Red.), Vandenbroeck, M. (Red.), De Brabandere, C. (Red.), & Vormingscentrum voor de begeleiding van het jonge kind (cop. 2001). Spiegeltje, spiegeltje...: een werkboek voor de kinderopvang over identiteit en respect. Utrecht: SWP.
  • Houndoumadi, A., Gill, D., & Moussy, F. (2007). Zin verlenen aan praktijk: gelijkwaardigheid en respect voor diversiteit. Gent: VBJK. Geraadpleegd op 8 februari 2019 via 
  • Van Laere, K., Del Bario Saiz, A., & Malleval, D. (S.a.). Diversiteit en sociale inclusie: een verkenning van competenties voor beroepen voor jonge kinderen. Z.p.: Decet.
  • Vandenbroeck, M. (2007), De blik van de Yeti. Over het opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn en verbondenheid, Amsterdam: SWP.
  • VBJK (2009), Kinderopvang met sociale functie, Uitgeverij SWP Amsterdam.
  • Van Keulen, A. (2000), Ik ben ik en jij bent jij, NIZW
  • Van Keulen, A., Singer, E. (2017), Samen verschillend, Amsterdam: Reed Business
  • Inspiratiebundel week van IBO 2009 rond diversiteit: Anders gewoon anders
  • Cahier sociale functie, VVSG, Uitgeverij Politeia  
  • Infomap diversiteit van Opgroeien
  • Vragenlijst diversiteit in beeld
  • Publicatie “diversiteit in de kinderopvang” uit Nederland met tips.
  • Wil je lokaal werken aan de toegankelijkheid van het geheel van opvanglocaties in een stad of gemeente? Maak dan zeker gebruik van de vragenlijst toegankelijke kinderopvang in het doe-pakket kinderopvang voor iedereen. Het doel is om samen na te denken over het wegwerken van drempels voor de kinderopvang in de regio.
  • Wil je de toegankelijkheid van je individuele voorziening onder de loep nemen, pols dan zeker naar ondersteunende instrumenten bij je eigen koepel.
  • VVSG en VCOK ontwikkelden samen een drempellijst. Deze is enkel beschikbaar voor leden van VVSG via de website van steunpunt kinderopvang.
  • Zelfevaluatie instrument MeMoQ
  • Declercq, B., Janssen, J., Daems, M., Hulpia, H., Van Cleynenbreugel, C., Laevers, F. & Vandenbroeck, M. (2016). Zelfevaluatie-instrument MeMoQ. Brussel – Leuven - Gent: Kind & Gezin – KU Leuven- UGent

MET DANK AAN

Annelies Roelandt (VCOK), Linds De Maere (VCOK) en PB-diko team (Stad Gent) voor het schrijven van deze speeltip en feedback.

1
2
3
4
5
6
Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de site ga je akkoord met onze cookie policy.