Speeltips
Kies een speeltip
0-3 jaar
Observeren
01 / 07 / 2021
Print      Download PDF
Uit de kindermond: je kijkt naar mij

Mijn kinderbegeleider Lara weet heel goed wat ik graag doe. Samen spelen we de leukste spelletjes. Ze vindt altijd nieuwe dingen uit die ik dan mag proberen en dat is supertof. Als het nog een beetje te moeilijk voor me is, help Lara. Samen lukt het dan toch!  Ik voel me dan heel blij, ik lach, zing en wil van alles doen. Lara merkt dit op en lacht vrolijk mee.

Maar soms voel ik me niet zo blij. Mijn klein zusje mag bij mama en papa blijven en ik denk daar vaak aan. Ik ben dan verdrietig of word heel boos. Gelukkig ziet Lara dat. Ze vraagt me of ik boos, verdrietig of bang ben. Ze is dan heel lief, komt dicht bij me zitten en  zorgt dat dat gevoel over gaat. Haar knuffels en lieve woorden helpen écht. Ze blijft dan een tijdje naar me zitten kijken. Ze vertelt het ook aan mama en papa, dan kunnen die me thuis verder knuffelen. Want als ik me zo voel, kan ik niet goed spelen. En dat doe ik zo graag!

Waarom observeren?

Door kinderen gericht en regelmatig te observeren, meet je hun welbevinden en  betrokkenheid . Met die resultaten  ga je dan verder aan de slag.

Kinderen ontwikkelen en leren door te spelen. En dat spelen lukt alleen wanneer ze zich goed voelen en geïnteresseerd zijn. Pas dan  zijn ze intens bezig  en worden ze helemaal opgeslorpt in hun activiteit. 
Als we het hebben over hoe een kind zich voelt, dan spreken we over het ‘welbevinden’ van een kind. Gaat het over hoe geboeid een kind bezig is, dan spreken we over de ‘betrokkenheid’.

Observeren is ook een manier om na te gaan wat een kind echt boeit, waar de interesses liggen. Op basis daarvan  bied je dan gerichte activiteiten aan. Want een kind ontdekt en leert bij wanneer het iets graag doet, wanneer het oprecht geïnteresseerd is.

Het observeren van kinderen heeft nog andere doelen: je volgt er de ontwikkeling van een kind mee op en het is een manier om je eigen werking bij te sturen.

Hoe goed ben jij in het observeren van kinderen?
Doe de test
Voor elke vraag waar je "ja" op antwoordt, krijg je 1 punt. Tel je punten op en lees hieronder het resultaat.
 
1

Ik observeer om het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind na te gaan.

2

Wanneer ik merk dat een kind zich niet goed voelt of te weinig speelt, observeer ik extra.  

3

Ik observeer om de ontwikkeling van elk kind op te volgen. 

Ik kijk daarbij vooral naar de groei en vooruitgang, en hou rekening met het tempo van het kind, niet enkel met de leeftijd.

Vb. Wanneer een kind nog niet zelfstandig stapt op 18 maanden, kijk ik naar de evolutie van zijn grove motoriek en niet enkel naar de leeftijd zelf.

4

Ik observeer om een zicht te krijgen op de interesses van de kinderen en speel in op die interesses op basis van mijn observaties.

5

Ik observeer hoe de kinderen reageren op de inrichting, op het materiaal, op wat ik doe.

6

Ik observeer op verschillende manieren: echt kijken op het moment zelf, trekken van foto’s, filmen van mezelf en de kinderen.

7

Ik wissel af tussen één kind observeren en observeren in groep (max 10). 

8

Soms zit ik aan de kant bij het observeren en soms zit ik tussen de kinderen en speel ik mee.

9

Ik  noteer  wat ik zie en hoor in een observatie instrument (vb. ZiKo-Vo, ZiKO, MeMoQ, of een eigen instrument). 

10

Ik  schrijf bepaalde dingen die ik observeer in het heen-en-weer schriftje voor de ouders. Ik vul dit aan met filmpjes, foto’s,  gebeurtenissen, werkjes,  uitspraken enz.   

11

Ik observeer met regelmaat. Om dit niet te vergeten, werk ik met een planning.

Vb. Ik plan in mijn agenda in wanneer ik de verschillende stappen van het observeren wil uitvoeren. Ik spreid deze over een aantal weken. Ik leg meteen ook vast wanneer ik opnieuw start.

12

Ik kies een dag uit om te observeren die zo goed mogelijk bij de dagelijkse werking aansluit. Bv. Beter niet op dagen zoals carnaval of sinterklaas want dan kunnen kinderen zich anders gedragen.

13

Ik observeer met een doel. Ik heb een vraag in mijn hoofd wanneer ik naar kinderen kijk. Ik heb voor ik start de observatielijst uit het gekozen observatie instrument (ZiKo enz.) doorgenomen. Bv. Het eetmoment verloopt niet zoals het moet, dus ik kies een eetmoment uit en observeer hoe het loopt. Bv. Een bijter in de groep slaat toe op bepaalde momenten. Ik observeer gericht op die momenten en probeer te achterhalen wat er dan precies gebeurt.

14

Ik observeer spontaan. Ook op momenten waarop ik geen observatie gepland heb, kijk ik naar de kinderen. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer een kind zich plots anders gedraagt, of een onverwachte situatie zich voor doet.

15

Ik kijk objectief naar een kind wanneer ik observeer.

Dit houdt in dat ik een open blik heb en bij de feiten blijf, bij wat ik zie. Ik maak me los van emoties en oordelen.

Bv. Wanneer een kind boos een rammelaar op de grond gooit, noteer ik “kind gooit rammelaar op de grond”. Ik noteer dus niet “het kind is gefrustreerd want het gooit een rammelaar op de grond”.

16

Ik kijk onbevooroordeeld naar een kind wanneer ik observeer.

Dit betekent dat ik me bij de observatie niet laat leiden door een vermoeden. Bv. Niet “Basje is zo stil en speelt altijd alleen. Hij zal toch niet autistisch zijn?”. Wel: “Basje is stil. Hij speelt alleen”.

17

Ik observeer elk kind een 5-tal minuten per week, verspreid over 2 dagen.

Op die manier krijg ik een beter beeld van het kind.

Bv. Een kind gedraagt zich wat anders dan normaal. Enkele dagen later observeer je het kind een tweede maal en gedraagt het zich terug als voordien. Het was de eerste keer wat ziek, door het kind een 2de keer te observeren, zag je dat het zich daardoor anders gedroeg.

18

Ik observeer kinderen niet altijd op hetzelfde moment van de dag.

Ik observeer niet enkel tijdens een begeleide activiteit maar ook tijdens het vrij spel, verzorgingsmoment, eetmoment, slaapmoment. Op die manier krijg ik een volledig beeld van het kind en van mijn werking.

19

Ik bespreek mijn observaties met mijn collega’s, met de verantwoordelijke en met de ouders. We gaan samen na of wat ik geobserveerd heb, overeenkomt met het beeld dat zij van het kind hebben. Ik maak afspraken met hen om tot een gezamenlijke aanpak te komen.

20

Ik ga aan de slag met de gegevens uit de observaties. Ik pas mijn aanpak en werkwijze aan naargelang wat ik geobserveerd heb.

Resultaat: punten

0-5 punten

Je observeert onvoldoende in jouw opvang of je gaat nog niet bewust om met de observaties. Je observeert misschien wel maar doe je dit op regelmatige basis? En doe je iets met de informatie uit de observaties?
Je kan heel wat bruikbare gegevens uit je observaties halen . Enerzijds kan je nagaan hoe de kinderen zich voelen, wat hun interesses zijn en hoe ze ontwikkelen. Anderzijds geeft het je ook de mogelijkheid om met ouders over hun kind te praten. Door te observeren kan je de kwaliteit van je opvang verhogen.

Bekijk de vragenlijst nog eens. Elke vraag is een voorbeeld of tip waarmee je aan de slag kan gaan om meer en op een betere manier te observeren in jouw opvang.

Bespreek samen met je team, je verantwoordelijke of een inspirerende collega hoe je hierin kan groeien.

Neem zeker ook de informatie door onder ‘de 10 voordelen van observeren’.

6-14 punten

Je bent je bewust van het belang en de voordelen van observeren. Je weet welke positieve invloed dit heeft op kinderen, op ouders en op het verhogen van de kwaliteit van je eigen werking. Je vindt het nog moeilijk om op regelmatige tijdstippen te observeren, om de observaties in te plannen. Hierdoor kom je er vaak niet toe of ga je nog niet aan de slag met de resultaten van de observaties.

Bekijk de vragen waarop je “neen” antwoordde. Deze vragen helpen je om nog beter in te zetten op observeren en je werking aan te passen

Lees de 10 voordelen van observeren hieronder.

15 of meer punten

Observeren staat bij jou hoog op je agenda. Je kijkt vaak naar de kinderen en analyseert en verwerkt de informatie die je hierdoor krijgt in je dagelijkse werking. Je gebruikt wat je opmerkt om een beeld te krijgen van het welbevinden van de kinderen en en daaraan te werken.  Je brengt de ontwikkeling van de kinderen en eventuele aandachtspunten in kaart en deelt en bespreekt deze met collega’s, verantwoordelijke en ouders. Je zet ook sterk in op de interesses van de kinderen en past je werking en begeleidersstijl aan. Bekijk de vragen waarop je “neen” op antwoordde nog eens. Deze punten kunnen je helpen om nog sterker te worden in het observeren. Ook uit de “10 voordelen van observeren” hieronder haal je misschien nog informatie waarvan je niet op de hoogte was.

10 voordelen van het observeren van kinderen

Voordelen voor de kinderbegeleider(s)

1. Je kan nagaan waar de interesses van de kinderen liggen, wat hun talenten zijn, en waar ze staan in hun ontwikkeling. Zo biedt je activiteiten aan die nauw aansluiten bij deze interesses en die hen voldoende uitdagen.

2. De informatie die naar boven komt door de kinderen te observeren, kan je helpen in het zoeken naar het vernieuwen van je dagelijkse werking, je inrichting, je aanbod, je materiaal, je eigen handelen.

Bv. De kinderen spelen weinig in het keukentje, het spel valt snel stil. Je merkt dat er te weinig materiaal aanwezig is  en dat er veel meer interesse is in open materiaal. Je vult het materiaal aan met bv. lege verpakkingen, een klopper, een echte pan, papiersnippers, … en geeft extra spelimpulsen.

3. Je wordt je bewust van de interacties die er tussen de kinderen onderling en tussen jou en de kinderen plaatsvinden. Je krijgt een vollediger beeld van hoe de kinderen zich alleen en in groep voelen en gedragen.

4. Je ontdekt of krijgt een bevestiging van problemen in de ontwikkeling of in het gedrag van kinderen. Door observaties te bespreken, kom je tot een gemeenschappelijke aanpak.

Voordelen voor de kinderen

5. Je zorgt voor een hogere betrokkenheid. Je ziet waarin de kinderen geïnteresseerd zijn, kent hun talenten. Zo kan je gerichter activiteiten aanbieden die nauw aansluiten bij deze interesses. Dit stimuleert kinderen om nog meer te experimenteren met wat ze graag doen en intrinsiek te leren.

6. Door de kinderen beter te leren kennen, kan je sneller en beter inspelen op hun behoeftes. Hierdoor verhoog je hun welbevinden.

7. De band tussen jou en het kind en zijn zelfvertrouwen worden versterkt. Wanneer je weet wat de sterktes van een kind zijn, je daarop inspeelt en samen inzet op de ontwikkeling van waarin hij nog kan groeien, voelt het kind zich erkend en ondersteund.

Voordelen voor de ouders

8. Door je observaties met ouders te bespreken, krijgen zij een vollediger beeld van wat het kind bij jou in de opvang doet, hoe het zich voelt en gedraagt. Dit leidt tot een grotere betrokkenheid van de ouders bij de opvang van hun kind.

9. De gegevens van je observaties kunnen een gespreksonderwerp zijn tussen jou en de ouders. Het is een manier om samen na te gaan hoe jullie het kind het best kunnen helpen om te groeien. Het brengt dialoog en partnerschap met ouders op gang.

10. Wanneer ouders zich zorgen maken, kunnen jouw observaties voor ouders een hulpmiddel, een bevestiging of een opluchting zijn.

Wil je beter leren observeren?
Deze 10 stappen helpen je op weg!

Download (PDF)
Bronnen en inspiratie
1
2
3
4
5
6
Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de site ga je akkoord met onze cookie policy.